Beter diagnosticeren met nieuw onderzoek

Klant Trombosestichting Nederland

Voor Trombosestichting Nederland interview ik Dr. Erik Klok, Internist Vasculair Geneeskundige bij het Leids Universitair Medisch Centrum over een nieuwe methode om acute stolsels op te sporen.

Beter diagnosticeren met nieuw onderzoek

Dankzij een nieuw onderzoek kunnen artsen specifiek nieuwe stolsels ontdekken: een verbetering van diagnosticeren en behandelen. Dr. Erik Klok, Internist Vasculair Geneeskundige bij het Leids Universitair Medisch Centrum legt uit wat een trombosebeen is en hoe de nieuwe methode werkt.

Wat is een trombosebeen?

‘Een trombosebeen is een bloedstolsel in een beenader, die de doorstroom van bloed blokkeert. De blokkade van de bloedstroom veroorzaakt pijn, zwelling en roodheid van het been. Het stolsel kan los schieten een longembolie veroorzaken. We beschouwen een trombosebeen en longembolie eigenlijk als één ziekte. Want bij mensen met een longembolie treffen we vaak trombose in een been en bij een trombosebeen zien we vaak ook al trombose in de longen.’

U werkt aan een nieuwe methode voor diagnose. Hoe werkt dat?

‘We willen natuurlijk alleen nieuwe trombose behandelen, want stolselrestanten kunnen vaak onbehandeld blijven. Op een echo of CT-scan kun je niet zien of het stolsel oud of nieuw is, met als gevolg dat ook mensen met oude stolsels worden behandeld met antistollingsmiddelen. Dankzij een nieuwe methode met een MRI-scan (MRI DTI) kunnen we specifiek de nieuwe, acute stolsels ontdekken. Betere diagnose dus, waardoor we alleen hoeven te behandelen bij nieuwe trombose.’

Hoe wordt een trombosebeen behandeld?

‘Zodra de diagnose duidelijk is, zal de arts een behandeling met antistollingsmedicijnen starten. Deze behandeling blokkeert de werking van het stollingssysteem. Hiermee wordt voorkomen dat het stolsel verder kan groeien of dat er nieuwe stolsels ontstaan. De antistollingsmedicijnen zorgen niet voor het oplossen van het stolsel, dat doet het lichaam zelf.’

Is een trombosebeen gevaarlijk?

‘De gevolgen van een trombosebeen kunnen zeer ernstig zijn, maar deze zijn bij veel burgers niet bekend. Het lastige is dat de symptomen van een trombosebeen niet direct worden herkend. De symptomen lijken ook op die van andere aandoeningen. Vaak wordt daar door de patiënt of dokter eerst aan gedacht: huidinfectie, vocht in benen, problemen met spieren of gewrichten, bloeding. Hierdoor vertraagt de diagnose.’

Een trombosebeen wordt behandeld met DOAC’s en een steunkous?

‘Trombosebeen wordt inderdaad meestal behandeld met antistollingsmiddelen DOAC’s. Hoe lang hangt af van het risico op nieuwe trombose en verschilt van persoon tot persoon. In speciale gevallen, bijvoorbeeld bij een andere ziekte of verminderde nierfunctie, worden andere medicijnen voorgeschreven. Het dragen van steunkousen kan het posttrombotisch syndroom voorkomen. Steunkousen stimuleren de bloedafvoer uit het been, dat door de trombose bemoeilijkt kan zijn. Of iemand een steunkous moet dragen en hoe lang is ook per patiënt verschillend. Een steunkous werkt overigens alleen als iemand de kous elke dag draagt. Probleem is dat veel mensen hem slechts drie keer per week dragen, dan werkt het niet.’

Wat zijn misverstanden over een trombosebeen?

‘Dat je bij etalagebenen en spataders snel een trombosebeen kunt krijgen. Maar etalagebenen en spataders zijn geen sterke risicofactoren voor trombose. Een ander misverstand is dat je van een trombosebeen of longembolie een herseninfarct kunt krijgen. Een herseninfarct ontstaat niet door een stolsel uit de aders van het been of de longen, maar door een vernauwing of afsluiting van een hersenslagader, bijvoorbeeld door een bloedprop uit het hart door de hartritmestoornis boezemfibrilleren.’

Interview voor een brochure van Trombosestichting Nederland, april 2019