Vroeginterventie bij eerste psychose

Klant Yulius

Voor het magazine VerWijzer GGZ van Yulius interview ik kinder- en jeugdpsychiater Mart Eussen over het vroegtijdig opsporen van een psychose. “We willen vertraging in het behandelen voorkomen en het sociaal functioneren optimaliseren.”

Vroeginterventie bij eerste psychose

Yulius verzorgt vroegtijdige behandelingen bij eerste psychose. Een bewezen methode waardoor de vooruitzichten van de cliënt verbeteren. Kinder- en jeugdpsychiater Mart Eussen: “Het uitgangspunt is vroegtijdig opsporen en intensief behandelen in eerste drie jaar. Daarna volgt levensloopbegeleiding.”

Als iemand met een psychose vroegtijdig wordt behandeld, verbetert de prognose, zo blijkt uit onderzoek. Door snel te behandelen wordt de ziekte sterk geremd en worden de symptomen milder. In Nederland verzorgt slechts een handjevol instellingen vroeginterventies bij een eerste pyschose. Yulius is een van hen en heeft onlangs het symposium ‘Vroeginterventie bij eerste psychose: een regionale aanpak?’ georganiseerd. Mart Eussen, kinder- en jeugdpsychiater bij Yulius: “We willen vertraging in het behandelen van onze psychotische cliënt voorkomen en het sociaal functioneren optimaliseren.”

Signaleren

Vroeginterventie begint bij het signaleren van de voorverschijnselen van psychose. Wanen en hallucinaties kunnen in een zwakke vorm al aanwezig zijn. Iemand heeft bijvoorbeeld een vreemd denkbeeld, maar is nog wel te overtuigen van de werkelijkheid. Geluiden worden foutief geïnterpreteerd. Bijvoorbeeld het tikken van een verwarming ervaren als het gerommel van een inbreker. Andere symptomen zijn: zich moeilijk kunnen uitdrukken, opeens minder goed presteren op school en geen vrienden meer om zich heen hebben. Ook het experimenteren met drugs kan duiden op een (naderende) psychose.

Jongeren met familieleden die ook psychose hebben gehad, hebben een verhoogd risico. Evenals personen die onder extreme stress voor enkele uren de vergelijkbare symptomen hebben gehad. Na zo’n ‘aanval’ is de kans groot dat er later een ‘echte’ psychose zal volgen. “Dertig procent van de personen met deze voorverschijnselen heeft na een jaar een psychose gekregen”, vertelt Eussen. “Bij combinaties van voorverschijnselen neemt het risico toe. Toch krijgen niet alle personen met voorverschijnselen te maken met een psychose. Reden om altijd scherp te blijven.”

Wachtlijsten

Vroegtijdig opsporen is een ding, rap en correct doorverwijzen een ander. Ouders signaleren afwijkend gedrag weldegelijk en huisartsen herkennen de symptomen. Tot hier gaat het meestal redelijk goed. Juist in het traject erna gaat er vaak wat mis. Eussen: “Mensen staan te lang op een wachtlijst voordat ze de juiste behandeling krijgen. Ook is het soms moeilijk de juiste inschatting te maken voor verwijzers en behandelaars. Dit komt door onvoldoende kennis van de ziekte en miskenning van het probleem. Laagdrempelige consultaties bij deskundigen kunnen dit deels oplossen.”

Levensloopzorg

Bij de behandeling van Yulius ligt de focus op de eerste drie jaar van de ziekte. Eussen: “Jongeren komen vaak in kritieke fase bij ons binnen. Ze volgen dan een intensief behandeltraject. Na deze periode krijgen ze levensloopzorg met veel aandacht voor rehabilitatie.” De verschillende behandelingen en trainingen reiken verder dan alleen de gezondheidszorg. Naast psycho-educatie en medicatie krijgen cliënten ook gezinsinterventies en hulp bij de opleiding. Eussen: “We helpen jongeren met het oppakken van hun opleiding. Vaak kunnen ze niet meer op het oude niveau meedraaien, maar weten ze wel hun opleiding af te maken. Ook de overgang van jeugdzorg naar de zorg voor volwassenen is bij ons gemakkelijk. Haast een traploze overgang.”

“Met de vroeginterventie hebben we het ei van Columbus nog niet gevonden”, glimlacht Eussen. “Daarvoor is deze ziekte te complex. Maar is er wel goede hoop. Wellicht hebben diegenen die nu een slecht beloop van de ziekte hebben over tien jaar minder terugval, en diegenen die nu de beste vooruitzichten straks geen psychose meer.”

Interview voor het magazine VerWijzer GGZ van Yulius, juni 2011